

Van Musscher toont Witsen als kniestuk, het hoofd naar links, zittend op een stoel, aanziend. Gekleed in een Japonsche rock, met een lange pruik, maakt hij met zijn rechter hand een sprekend gebaar. Op tafel een oosters tafelkleed en een brief, rechts op de achtergrond een reliΓ«f met een allegorische voorstelling van Amsterdam.







